READING

Niet rennen in het museum! Of toch wel?

Niet rennen in het museum! Of toch wel?

Iedereen die jonge kinderen heeft of werkt in de kinderopvang weet dat peuters graag en veel bewegen. Ze barsten soms bijna uit elkaar van enthousiasme en willen alles om hen heen ontdekken. Maar wat als je met zo’n wervelwind een kunstmuseum bezoekt, waar over het algemeen rennen, springen, dansen en klimmen niet is toegestaan?

Rustig een speurtocht doen door het museum, dat is aan de meeste basisschoolleerlingen wel besteed. Voor jongere kinderen is er in de Nederlandse kunstmusea op dit moment helaas geen educatief aanbod aanwezig. Want ondanks dat ons kabinet vindt dat je met cultuureducatie niet vroeg genoeg kunt beginnen en ook de Museumvereniging in hun
‘Vijf waarden van musea’ bevestigt dat ‘kinderen het liefst zo vroeg mogelijk kennismaken met musea om hun eigen identiteit ten volste te kunnen ontwikkelen’, wordt deze doelgroep nog niet bediend. En dat terwijl je juist met een rondspringende peuter wel wat houvast kunt gebruiken in een museum!

Musea gooien (groot)ouders vaak in de rol van ‘experts’ die hun kids wegwijs moeten maken. Zonder handvatten worden families in het diepe gegooid, terwijl het museum – en misschien zelfs wel beeldende kunst in het algemeen – voor hen ook nieuw is. Als zij beter ondersteund worden, kunnen zij op hun beurt weer hun kinderen begeleiden. Maar hoe moet die ondersteuning eruitzien, wat hebben families met jonge kinderen nodig? Zowel op onze website als tijdens onze activiteiten proberen we families te ondersteunen door, naast het geven van praktische tips, ook te laten zien hoe je met jonge kinderen kunst kunt beleven. En belangrijk: dat dit helemaal niet moeilijk is.

Rennen en springen in het museum
Vol beweging, dat is het liefst hoe jonge kinderen nieuwe plekken ontdekken. Maar laat een museum nu juist de plek zijn waar dit eigenlijk niet de bedoeling is – het staat vol met kostbare kunstwerken en je wilt ook de andere bezoekers niet tot last zijn. De meeste ouders zijn zich hiervan bewust, en proberen hun kroost te leren dat rennen en springen thuishoort in een speeltuin, niet in het museum of de bibliotheek. Het kan soms erg lastig zijn om energieke peuters in toom te houden. Moeten we dan maar concluderen dat ze te jong zijn om een museum te bezoeken? Misschien zijn het juist de musea die zich zouden moeten aanpassen aan deze doelgroep.

Het is sowieso interessant om na te denken wat de rol van musea zou kunnen zijn als het gaat om ’early learning’. Want naast een leuk dagje uit, zijn musea ook dé perfecte leeromgeving. Zo zouden musea bijvoorbeeld actief kunnen meehelpen om peuters voor te bereiden op de basisschool. Het is belangrijk dat álle kinderen met kunst en cultuur in aanraking komen, het liefst zo vroeg mogelijk – in de voorschoolse fase. Vooralsnog maken kinderen, die niet van huis uit gestimuleerd worden, pas vanaf de basisschool kennis met musea. Deze sociale ongelijkheid willen wij bestrijden door families en kinderopvangorganisaties te ondersteunen.

Peuters in musea: een andere manier van leren
Stel dat dit beweeglijke gedrag van jonge kinderen juist het leren bevordert? Als bewegen leren is, dan zou je het eigenlijk niet moeten onderdrukken. Belemmeren we peuters in hun leermoment door ze niet te laten rennen in musea?

De Zwitserse psycholoog Piaget gaf in zijn theorie al aan dat kinderen hun eigen (cognitieve) ontwikkeling creëren doordat ze actief hun omgeving verkennen. In 2012 onderzocht Abigail Hacket manieren waarop jonge kinderen leren in musea. Een jaar lang volgde ze acht gezinnen die elk tussen de vier en tien keer hetzelfde museum bezochten. Het zal je waarschijnlijk niet verbazen dat Hacket ontdekte dat de peuters niet rustig feitje voor feitje ontdekten in de tentoonstelling, maar met hun hele lichaam leerden en vol beweging hun omgeving ontdekten.

Dit sluit aan bij de laatste tendens als het gaat om de ontwikkeling van peuters en kleuters: beweeglijk leren. Wetenschappers hebben ontdekt dat leerprocessen niet alleen in de hersenen plaatsvinden, maar dat het hele lijf daarbij actief is. Bovendien gaat er meer bloed en zuurstof naar je hersenen als je beweegt tijdens het leren en wordt er een verbinding gelegd tussen de linker- en rechterhersenhelft. Tijdens het bewegen leren kinderen hoe de wereld om hen heen werkt.

Uit het onderzoek van Hacket kwam ook naar voren dat regelmatig terugkeren naar hetzelfde museum of galerie bijzonder waardevol kan zijn voor jonge kinderen. In de loop van de bezoeken kregen de peuters duidelijk meer zelfvertrouwen en zochten ze bekende dingen op die ze herkenden van vorig bezoek en geïnteresseerd in waren.

“Kinderen voelen aan dat een museum een compleet andere ruimte is dan andere plekken waar ze komen. Terwijl ze zich door de ruimten bewegen, ontdekken ze kleuren, texturen, objecten, donkere en kleinere ruimtes of juist heldere en grote ruimtes. Ouders zien een museum als een veiligere ruimte dan bijvoorbeeld een winkelcentrum waardoor ze hun kinderen vaak meer ruimte geven om het zelfstandig te ontdekken. Dit zou een uitgangspunt kunnen zijn om verder na te denken over de rol van musea in het leven van kinderen en het aanbieden van een ander soort leerervaring”, aldusAbigail Hacket.

Maar weten ouders, pedagogisch medewerkers en educatoren wel genoeg over hoe jonge kinderen leren in musea? Soms zie je ouders die hun koters bijna lijken te dwingen om op een volwassen manier naar kunst te kijken. Ze lijken het ‘spelen’ te scheiden van de ‘leermomenten’, terwijl spel voor kinderen juist een serieuze zaak is. En musea lijken vaak nog geen idee te hebben hoe ze de connectie tussen baby’s, peuters en beeldende kunst zouden moeten leggen. Finse onderzoeker Pauliina Rautio schrijft dat het belangrijk is dat we kinderen serieus nemen in wat ze doen, ook al ziet het er vanuit ons volwassen oogpunt helemaal niet zinvol of als een leermoment uit. Ze benadrukt vooral om te kijken wat er in het moment gebeurt, in plaats van enkel bezig te zijn wat kinderen ervan leren in de toekomst.

Voor mij staan nog enkele vragen open, zoals: wat is het verschil tussen het leren in het museum, het kinderdagverblijf of op andere plekken? Belemmeren we peuters in hun leermoment door ze niet te laten rennen in musea of is het juist belangrijk dat ze meekrijgen dat ze zich op verschillende plekken anders moeten gedragen? Interessante vragen, die voor mij aansluiten bij het belang dat musea hun verantwoordelijkheid oppakken als het gaat om voorschoolse educatie en het begeleiden van families met jonge kinderen.

Tips voor ouders die met jonge kinderen een museum bezoeken

  1. In een museum gedraag je je anders dan in een speeltuin. Maak duidelijke afspraken over wat wel en niet mag in een museum, en vertel er ook bij waarom dit zo is. Zo praat mijn zoontje in een museum met zijn’ museum-stem’ (lukt niet altijd) en oefen ik met kleuters spelenderwijs een cool maar rustig ‘museumloopje’.
  2. Houd het museumbezoek kort, en zorg daarna voor wat beweging in de museumtuin en eet een lekker taartje in het museumrestaurant.
  3. Bij de Kunstfanaatjes Tours leg ik vaak een kleedje neer bij een kunstwerk, peuters lijken automatisch rustig te worden en te gaan zitten op dit eilandje. Rennen mag niet, maar uiteraard zorgen we voor andere vormen van beweging zoals muziek maken, ritme klappen en ontdekken ze kunst met al hun zintuigen.

Tips voor musea

  1. Investeer in kennis over deze doelgroep: hoe leren jonge kinderen, wat hebben families nodig?
  2. Begeleiders zijn geen experts. Ondersteun families met voldoende informatie (vooraf, tijdens en na het bezoek).
  3. Zorg voor duidelijke bewegwijzering en goede faciliteiten. Met jonge kinderen heb je weinig tijd te verliezen – zoeken naar een verschoonplek gaat af van de tijd die je hebt om de tentoonstelling te bekijken.
  4. Creëer familieruimtes, waar gezinnen met jonge kinderen even tot rust kunnen komen, of waar kinderen juist even kunnen uitrazen.
  5. Gooi het museum elke maandagochtend voor openingstijd (en voor een kleine prijs) open voor families met baby’s en peuters.

Fotografie Kunstfanaatjes door o.a. Nienke Homans, Rob van Dalen en Anke Meijer.


Brigitte (37) is de oprichter van Stichting Kunstfanaatjes. Met haar freelance werk richt ze zich op publieksbereik (educatie & communicatie) in de culturele sector. Ook is ze een enthousiast museumdocent. Ze woont samen en en heeft een zoontje, Max van bijna 4 jaar oud.

  1. Natalie

    10 september

    Wellicht is een galerij met schilderijen niet direct geschikt voor peuters. Dat hoeft ook niet. Er zijn zoveel musea waar kinderen interactief iets kunnen doen. Het maritiem museum in Rotterdam om er maar een te noemen heeft interactieve elementen. Ook denk ik dat kinderen makkelijker gefascineerd raken door bijvoorbeeld het skelet van een dinosauriër.

  2. Bedankt voor uw reactie! Leuk om te horen hoe u hierover denkt. Wij zijn van mening dat kunstmusea geschikt zijn voor kindjes vanaf dat ze al super klein zijn, baby’s! En dat kinderen net zo gefascineerd kunnen zijn van een Mondriaan als van een dino-skelet. Maar u heeft een punt wat ‘interactief aanbod’ of sowieso educatief aanbod voor de allerkleinsten betreft, dat zou in kunstmusea nog wel meer kunnen!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.